BLOG
 

22291959_1571617299567025_2055541963_n
  share

‘Spanning voel ik altijd later op de avond, nooit aan het begin’
 

 

Iemand die aan de basis staat van deze club én de vaderlandse technoscene, is Darko Esser. Onder zijn populaire alter ego Tripeo verzorgt hij vrijdag 6 oktober opnieuw een all nighter in BASIS. In mei stond hij nog de hele nacht in de werfkelder met zijn grote vriend ROD. De reacties op dit optreden waren lyrisch. De eclectisch set, waar naast techno ook ruimte was voor electro, werd enorm gewaardeerd. Daarom is Tripeo na minder dan een halfjaar terug in BASIS. Hij staat er vrijdag alleen voor. Gaat hij ROD niet missen? Ondergetekende en BASIS-baas Jorn Lukaszczyk toogden naar de thuisbasis van Darko: Nijmegen. Natuurlijk om het te hebben over 6 oktober, maar ook over de Nederlandse danscultuur. Is de technoliefhebber in ons land te verwend?

 

 

Tekst: Joris Knikkink

 

 

Je vorige all nighter in BASIS is nog niet zo lang geleden: 13 mei met ROD. Die avond heeft veel positieve reacties opgeleverd. Hoe kijk je er zelf op terug?

 

Ik vond het echt te gek. Ik heb al vele leuke momenten in BASIS gehad, maar dit was mijn beste optreden. Vooral met Benny kan ik heel vrij draaien. Ik hoef me dan ook niet non-stop te concentreren en kan ook even naar hem luisteren. Lange sets vliegen alle kanten uit en als je in een club bent die daar ook nog receptief voor is, dan ben ik een kind in een snoepwinkel.

 

Wanneer is een club in jouw ogen dan receptief voor een all nighter?

 

Als ik BASIS als voorbeeld neem; die club is van het begin af aan al goed opgezet. Het is een soort hang-out, waar mensen niet per se voor een artiest heen gaan, maar ook omdat ze het een fijne plek vinden. Natuurlijk kom je er ook voor je favoriete artiest, maar je weet bijna altijd zeker dat je er een leuke avond gaat hebben. Een hele andere mindset in vergelijking met een groot festival, waar alles meer georkestreerd is. Een meer speelse omgeving vind ik het fijnst om een all nighter in te spelen. M’n fantasie slaat dan op hol van alle mogelijkheden die ik heb. Ik bereid me vrij obsessief voor op een all nighter, maar probeer ook mee te gaan in de flow van het publiek. Als ik merk dat de luisteraars voor bepaalde experimenten open staan, dan ga ik daarmee verder. Hoe meer dat werkt, hoe magischer de klik met het publiek wordt. Dat merkte ik heel goed bij de vorige all nighter in BASIS. In het begin, toen we veel electro draaiden, kwamen er nog mensen naar voren die riepen: ‘Hé, harder, harder!’ Maar ze lachten er ook bij en ik merkte dat we er toch wel mee weg kwamen.

 

Je zegt mee te gaan met de flow van het publiek, maar je tegelijkertijd obsessief voor te bereiden. Hoe ziet zo’n voorbereiding er dan uit?

 

Ik snap dat hypergoed voorbereiden en flexibel draaien lijken te clashen. Maar voorbereiden betekent voor mij niet voorbereiden in de letterlijk zin. Het is niet zo dat ik een playlist maak. Ik selecteer platen die ik eventueel wil gaan draaien. Die wil ik goed in de vingers hebben. Ik beluister ze heel goed. Als ik dan een wending wil maken in de set – en hier komt het flexibele om de hoek – dan weet ik precies welke plaat ik moet hebben en hoef ik nooit in paniek een andere plaat te grijpen, waarmee ik m’n flow onderbreek. Ik bereid me thuis voor om op het podium flexibel te kunnen zijn.

 

6 oktober is het weer zover. Ga je Benny missen?

 

Ja, dat wordt spannend. Ik zal een soort Remi zijn, haha. Wat ga ik nu doen? Dat hangt heel erg af van de vibe van de avond, maar ik bereid me wel om dezelfde manier voor als op andere all nighters. Ik wil het liefst zoveel mogelijk kanten op gaan, rustig opbouwen. Dat is wel mijn idee van een zo’n avond. Niet met de botte bijl erin gaan, maar gewoon rustig de tijd nemen. Belangrijk is om dan ook escapes in te bouwen, platen waarmee je een afslag kunt maken, zonder de opgebouwde energie te verliezen. Het zijn meestal hele lege tracks, die toch nog wel de aandacht trekken. En daarmee kan ik het publiek dan bij de hand nemen.

 

Is het niet veel lastiger om zo’n avond nu helemaal alleen te managen? Wanneer je als duo een all nighter draait is er geen man over boord als je even niet in een flow zit. Je hebt dan altijd je maat nog naast je staan..

 

Ja, met Benny kan ik zowel het leed als de lol delen op het podium. Maar als je met z’n tweeën bent kun je als individu ook wat dooie momenten hebben, waarop je staat te wachten. Als je in je eentje bent zit je constant ik je zelf gecreëerde flow. Een avond gaat dan misschien wel gemakkelijker en sneller voorbij. Maar als je in je eentje bent en het gaat niet lekker, dan ben je ook écht alleen.

 

Jorn: Maar je kan ook geïnspireerd raken door de platenkeuze van iemand anders..

 

Klopt, je hebt ook meer tijd om na te kunnen denken over welke plaat je zou kunnen opzetten. Je partner kan je creativiteit natuurlijk prikkelen. Als ik met Benny draai is dat absoluut het geval. Hij daagt me uit om creatief te antwoorden op zijn platenkeuzes. Maar dat werkt alleen als je een klik met iemand hebt. Is die er niet, dan ben je geneigd om wat minder gedurfd te draaien.

 

Jorn: Heb je eigenlijk een voorkeur voor alleen draaien of met iemand anders?

 

In het geval van een duo hangt het er echt van af met wie het is. Ik zou dat zeker niet met iedereen doen. Ik moet wel een persoonlijke klik met diegene hebben. Een vriendschappelijke vibe en het gevoel dat ik de ander begrijp. Maar een uitgesproken voorkeur voor alleen of als duo draaien heb ik niet. Beide hebben hun aangename kanten.

 

Jorn: Vind je het spannend om nu alleen te draaien?

 

Ik voel altijd wel spanning. De hele avond staat of valt bij mij. Stel je voor dat ik halverwege de avond ziek word, dan houdt de avond op. Natuurlijk komt er dan wel een oplossing. Maar zo’n all nighter geeft wat meer druk op je schouders, dan wanneer je met vier anderen op een line-up staat. De spanning begint gek genoeg pas later op de avond, nooit aan het begin. In het begin van de set zie je de mensen langzaam binnendruppelen. En als je om 23:30 binnenkomt, ga je waarschijnlijk niet binnen een halfuur alweer weg. Om een uur of 03:00 kijk ik toch wat anders naar de zaal. Maar op een gegeven moment breekt het ijs en gaat het vanzelf. Daar komt bij dat ik voor een club die ik goed ken, mezelf nog meer druk opleg om het goed te doen. Bovendien zou ik een all nighter ook niet zo gauw in een club doen die ik niet ken. Mijn set van tien uur in Argentinië (in de Under Club in Buenos Aires, op 23 april 2016, red.) is daarop een uitzondering. Zij wilden me voor een all nighter. Ik hoorde uit m’n omgeving: ‘Dat moet je doen’. Daar ben ik toen voor gegaan.

 

Jorn: En met die club heb je ook een goede band ontwikkeld, toch?

 

Zeker, mede door die all nighter. Mensen komen er relatief vroeg binnen voor een Zuid-Amerikaans land. En niemand gaat naar huis. Dat geeft mij een enorm gevoel van vrijheid. Als niemand ergens naartoe gaat, kan ik elke plaat draaien die ik wil. De mensen zijn heel gepassioneerd. Ze kennen je tracks, hebben je sets op Soundcloud van tevoren geluisterd.

 

Merk je verschil met de cultuur onder het publiek hier en daar? Zijn we in Nederland bijvoorbeeld niet te verwend of te snobistisch?

 

We zijn in Nederland absoluut verwend. In ons land is elektronische muziek veel toegankelijker. Je hebt in Nederland iedere week killer-line-ups. Elke stad in Nederland heeft wel een kleine scene met clubs. Vroeger was het veel lastiger. Er waren veel minder plekken waar je elektronische muziek kon luisteren of spelen, minder dj’s, minder locaties. De scene is in de loop der jaren enorm gegroeid. Niet alleen met clubs en festivals, maar ook met workshops over produceren en draaien. Toen ik begon was dat er nog niet. Drempels waren veel hoger. Je moest veel meer betalen voor platen, want alleen daarmee kon je draaien. Muziek downloaden was er niet bij. Met produceren was het nog veel erger. Je moest zeker 20.000 gulden uitgeven voor een fatsoenlijke studio. En dan moest je er nog maar achter komen of je het wel leuk vond. Met software als Ableton is dat nu veel toegankelijker geworden.

 

Die toegankelijkheid om makkelijker muziek te kunnen luisteren en maken, heeft dat ook tot gevolg gehad dat clubbezoekers – zeker bij een all nighter – sneller ontevreden zijn?

 

Dat is een ingewikkeld verhaal. Social media, waarop je je frustraties kunt uiten, spelen daarbij een belangrijke rol. Hypes ontstaan en verdwijnen ook heel gauw op die platformen. Je kunt alles online ontdekken. Er zijn zoveel liefhebbers van subgenres tegenwoordig, waardoor een all nighter ook spannend wordt. Je kunt dan denken: welke groep is vanavond oververtegenwoordigd? Bij een all nighter hoop je op een hele heterogene groep, waardoor je heel eclectisch kunt draaien. Binnen de techno is de industriële sound nog steeds heel populair. Veel mensen willen harder, harder, harder. Maar tien jaar geleden was het zachter, zachter, zachter. Toen was de minimal op z’n hoogtepunt.

 

Jorn: Merk je niet dat de ‘jonkies’ vooral dat geknal willen horen op dit moment?

 

Ja, maar ik denk dat de ouderen niet moeten afgeven om de jongere clubbezoeker. Veel van de oudere clubbezoekers waren vroeger ook uitsluitend van de harde sound. Ikzelf was precies zo. Voor mij telde alleen knetterharde drum-‘n-bass en techno. Als je jong bent en je vindt iets te gek, dan wil je daar heel veel van. Ik begrijp dat wel, het heeft ook iets moois.

 

 

 

 

 

 

 

Jorn: Komt die voorkeur voor de hardere muziek als je jong bent ook voort uit rebelsheid, denk je?

 

Ja, ik begrijp wat je bedoelt. Dat die muziek een soort elektronische punk is. Maar zo zie ik het zelf eigenlijk niet. Techno was vroeger meer punk dan nu. Techno en house zijn meer uit een soort do it yourself-principe ontstaan. ‘Niemand wil onze herrie horen, dan brengen we het zelf wel uit en organiseren onze eigen feesten’. Dat is nu niet meer zo. Wat nog een beetje bij dat gevoel in de buurt komt zijn bijvoorbeeld vinyl-only-labels, die ook geen Facebook of Instagram hebben. Maar goed, ik ben zelf ook niet meer punk tegenwoordig. Ik zit ook op Instagram.

 

Techno is ook niet meer de afzetcultuur die het vroeger was?

 

Techno was meer ontsnappen aan de realiteit, dan het afzetten tegen de maatschappij. Een uitzondering is misschien Underground Resistance, dat iets militants had. Detroit-techno ging vooral over science fiction en planeten. Drexciya verzon zelfs een geheel eigen planeet met een nieuwe bevolking, waar alles wél leuk was. Dat heeft alles met escapisme te maken. Dansmuziek is eigenlijk altijd apolitiek geweest, het neemt geen standpunten in. Behalve dan dat we heel aardig en tolerant naar elkaar moeten zijn.

 

Met het verzorgen van een all nighter lijk je heel erg het belang van de clubscene te willen onderstrepen. Merk jij ook dat de clubscene in zwaar weer zit?

 

Er zijn buiten het festivalseizoen heel veel concepten die op festivals lijken. De plek waar het georganiseerd wordt lijkt niet meer van belang. Dat heeft ervoor gezorgd dat clubs die hun eigen visie en programmering willen neerzetten onder druk staan. Heel veel clubs zijn afhankelijk van externe promotors.

 

Jouw thuisbasis Nijmegen heeft al ruim twintig jaar een sterke danscultuur, mede dankzij jouw werk als programmeur voor Doornroosje en bijdrage aan de vermaarde clubavond Planet Rose. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar in een provinciestad?

 

We volgen eigenlijk de lijn van de rest in Nederland. We hebben hier ook veel concepten. Locaties als Brebl en en Waalhalla zijn ook erg afhankelijk van externe partijen die er iets komen organiseren. De locaties zijn heel cool, maar toch is er niet heel veel eigen programmering zoals bij BASIS. Maar bij Doornroosje proberen we ervoor te zorgen dat niet alleen jonge muzikale talenten een kans krijgen, maar ook jonge promotors. Bovendien had Nijmegen al een rijke scene voor dat ik me er mee ging bemoeien in 2000. Nijmegen is van oudsher een vrij linkse hippiestad, waardoor eigenwijze sounds heel snel een plek kregen. Dus ik stapte eigenlijk in een rijdende trein.

 

We zouden haast vergeten dat je ook nog muziek maakt. Je nieuwste EP als Tripeo, die begin deze maand uitkwam, heet Eight Trip. Dit is de achtste plaat in deze Trip-serie. Wat is het idee achter deze serie die het begin van Tripeo betekende?

 

Er zit eigenlijk geen idee achter, haha. Het is heel simpel. Elke track moet draaibaar zijn voor de dansvloer. Het heeft niet zo heel veel om het lijf. Het is begonnen als een halve grap. Ik had wat materiaal liggen, dat niet echt goed voelde onder mijn eigen naam. Mijn oude bijnaam schoot me weer te binnen, die ik gekregen had in de tijd dat ik nog in punkbandjes speelde. Ik sloot destijds alle versterkers in de oefenruimte op elkaar aan. Een drummer zij toen tegen me: ‘Jij doet geen mono, geen stereo, maar tripeo.’ Vanaf dat moment noemde ze me Tripeo. Omdat de tracks die ik maakte vrij trippy waren, doemde die oude bijnaam weer op. Ik dacht: perfect! Ik bracht het uit zonder gedachte. Toen bleek dat het heel veel werd gedraaid. Ik kreeg ook vragen of ik live zou willen optreden. Er zit nu twee jaar tijd tussen nummer zeven en acht uit de Trip-serie. Dat vond ik eigenlijk te lang, maar ik had niet voldoende passende tracks. Het is wel zo dat de serie moet zijn spontaniteit moet behouden. Dat geldt eigenlijk voor mijn carrière als geheel. Ik wil eigenlijk ook nooit met een bepaalde gedachte de studio ingaan.

 

De serie is vinyl-only. Waarom?

 

Het hoort eigenlijk bij de grap. Toen ik de eerste plaat in de serie uitbracht (2012, red.) waren hand stamped vinyl-only-releases een ding. Dit was mijn knipoog daar naartoe. Mijn platen zijn niet hand stamped, er zit gewoon een labeltje op. Maar er staat niet meer op dan de artiestennaam en de titel van de plaat. Het moet zo minimaal en simpel mogelijk blijven.

 

Het is natuurlijk ook heel simpel om je tracks digitaal uit te brengen, waarom kies je daar dan niet voor?

 

Ik breng de serie als vinyl-only, maar dat is niet helemaal de waarheid. Er is één plek waar je die tracks digitaal kunt kopen en dat is op mijn Bandcamp-pagina. Ik kreeg namelijk veel mailtjes van mensen uit landen waar vinyl moeilijk te krijgen was of superduur om te importeren. Toen dacht ik: het heeft ook wel iets elitairs om het alleen maar op vinyl uit te brengen. Toen heb ik besloten om het op Bandcamp aan te bieden. Dat heb ik niet aan de grote klok gehangen, maar ik hoop maar dat mensen het dan vinden. Toch vind ik dat we in Europa best wat meer moeite mogen doen om muziek te ontdekken. Ik zie soms dat mensen op Soundcloud naar een track-id vragen, terwijl de playlist er gewoon bij staat!

 

En je vinyl-only-principe kan weer om zeep worden geholpen door iemand die besluit de tracks van de plaat op YouTube te zetten…

 

Dat gebeurt ook altijd en daar stoor ik me totaal niet aan. Ik ga me pas zorgen maken als niemand het doet. Dan moet die plaat wel heel kut zijn, haha. Dus ik zie dat als een verkapt compliment.

 

Terug naar de aanleiding van dit gesprek, je all nighter. Wat kunnen we verwachten?

 

Dat vind ik moeilijk om te zeggen, want dan word ik daaraan gehouden, haha. Ik durf wel te zeggen dat er harde platen zullen zijn en zachte platen, diepe platen, liedjes, melodieuze platen, percussieve platen. Maar welke platen precies? Ik heb nog geen flauw idee. Ik volg mijn gebruikelijke voorbereiding. Ik probeer van alles uit en hopelijk wordt het dan een samenhangend geheel. Dat het weer eclectisch wordt, daar kun je wel vanuit gaan. Dat is ook mijn stilo. Ook omdat ik mezelf vrij snel verveel. Als ik te lang in een bepaald hoekje blijf hangen, dan wil ik heel graag een andere kant op. Ik probeer ook mijn zin te krijgen, zonder dat het publiek eronder leidt. Het publiek vindt bijvoorbeeld een bepaald hoekje in de set heel fijn, maar ik ben er klaar mee. Dan wil ik een manier verzinnen waardoor we allebei gelukkig blijven. Dus dat ik uit dat hoekje ga, zonder dat de mensen daarover teleurgesteld zijn.

 





Blog archief